De wederopstanding van een steak

Estimated reading time: 5 minuten

Een stukje van mijn bloederige rode biefstuk, bleu’ gebakken, zoals de Fransen noemen, had ik vakkundig aan mijn zilveren tafelvork gespietst. Het zat stevig vastgepind. Ik herkauwde het stukje rundvlees dat moeilijk te vermalen was, omdat er zoveel veerkracht in zat. “Ik heb een stukje maag van een dode vrouw weggesneden, om de maaginhoud van haar laatste maaltijd te kunnen beoordelen”, sprak de man tegenover mij. Ik hoestte. Het leek wel alsof de steak op weg naar mijn slokdarm ergens bleef hangen.

Mijn date knipte met zijn vingers en bestelde een fles droge witte wijn. Ondertussen bleef ik kuchen. Mijn ogen traanden en ik liep rood aan. Hij schonk mijn glas vol en ik nam een flinke slok. Het leek wat te verzachten en toch zat mijn ademhaling bijna in mijn hals. Toen hij zag dat ik wat bekomen was, rook hij met het puntje van zijn neus kort aan het aroma, knikte instemmend en liet het alcoholische vocht door zijn gorgel glijden.

Proeverij

Ik had deze man nog niet zo lang geleden ontmoet bij een wijnproeverij. Het was liefde op het eerste gezicht. Hij had iets onpeilbaars, iets magisch wat me in hem aantrok. Hij leek een levensgenieter, net als ik. En daar wilde ik proefondervindelijk achter komen. Bij binnenkomst in het restaurant had hij een boeket voor mij meegenomen. Er schuilde ook een romanticus in hem. De bos liet hij voor het gemak in een vaas zetten door de tafelbediende. Erg attent.

We hadden het nog niet eerder over werk gehad. Dus toen hij vertelde wat hij dag in dag uit voor de kost deed, verraste mij dat. Het kwam niet vaak voor dat ik een ontmoeting had met een forensisch patholoog; een arts die vooral door sectie dode lichamen van mensen onderzoekt die een onnatuurlijke of onverklaarbare dood zijn gestorven om zodoende de doodsoorzaak te bepalen.

Ik zag mezelf al avond aan avond met hem aan tafel zitten om de dag door te spreken. Het zou goed kunnen dat hij dan iets zou zeggen als: “Vandaag heb ik het vel over de schedel getrokken, de schedel opengemaakt en de hersens eruit gehaald.” Ik hoorde de kop al kraken en openbarsten. Zou ik nog trek hebben in een zorgvuldige bereidde maaltijd, na al die lugubere verhalen?

Hersenspinsels

Hij ontwaakte mij uit mijn hersenspinsels en hief het glas. “Proost”, zei hij droog. Ik proostte mee. Mijn glimlach verraadde een lichte wanhoop. “Doet het je niks om in een dood lichaam te snijden?”, vroeg ik, zodat ik de diepte van zijn gevoelsleven kon peilen. “Word je nooit misselijk?”

“Ach, je moet er niet te veel fantasie bij hebben”, antwoordde hij. “Een dood lichaam is dood. Het leven is eruit. Het doet me niks.” Het waren woorden zonder emotie. Ik friemelde wat met de vingers van mijn klamme handen en voelde mij wit wegtrekken. Zijn onderlip was vochtig.

“Wat denk jij?”, vroeg mijn afspraak. “Zou de Domaine Lequine- Colin uit een goed wijnjaar zijn?” Hij ging verder: “Dat hangt, zoals je weet, gedeeltelijk af van het weer tijdens de oogst. Op de fles staat 2011. Meestal worden de druiven in september geoogst. Hm. Interessant. Dat zoeken we even op in de Wijnjarentabel.” Mijn lover was verdiept in zijn iPhone. “Kijk, ik zie het al. Deze wijn is op dronk, dat betekent dat het haar kwaliteit nog een poosje zal behouden. Wat is een poosje, hè.”

“Of het een goed wijnjaar is, hangt niet alleen van het weer af”, vulde ik aan. “Exact”, reageerde hij. Ondertussen pakte hij een pluisje vast op het effen satijnen tafelkleed en vertelde verder: “Trouwens, die vrouw op wie ik autopsie had gepleegd, bleek vergiftigd te zijn door haar man. Je zou zomaar ongemerkt natrium azide in je maaltijd gestrooid kunnen krijgen.” Zijn gladgestreken gezicht bleef onbeweeglijk.

Ik keek naar de overige stukjes biefstuk op mijn bord. Er sijpelde bloed uit. Ik at netjes mijn bord leeg en vulde mijn glas bij om de bloedsmaak weg te spoelen.

Opstand

Een half uur later voelde ik een pijnscheut door mijn borst, alsof er messen in staken en ik greep naar mijn keel, waar de pijn naar uitstraalde. Mijn speeksel kon ik niet wegslikken. “Ik ga naar het toilet”, zei ik kordaat. In een draf liep ik erheen. Iets in mijn lijf protesteerde. Hangend boven de toiletpot kwam uiteindelijk het biefstukje omhoog.

Onthutst liep ik langzaam terug naar het tafeltje. Ik keek naar de andere gasten in dit chique restaurant. Hadden ze het kokhalzen gehoord? Wist mijn date ervan? “Gaat het?”, vroeg hij bezorgd, toen ik weifelend naast mijn stoel bleef staan. “Ik heb geen trek meer”, was mijn enige verklaring. “Misschien is het toch goed dat je je lichaam even laat onderzoeken, maar niet door mij.” Het was een geruststellende gedachte. Hij bezat medische kennis.

Bij het afscheid gaf hij mij de rode bos ruikers en drukte drie kussen op mijn wang. “Ik bel je”, sprak hij in mijn oor. Zijn boeket deed me denken aan een begrafenisboeket. Toch wist ik dat de Dahlia’s voor een ander doel bestemd waren.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *